Vanaf 1 januari 2022 (streefdatum) komt er een nieuwe Wet Inburgering (NWI). Het huidige inburgeringsstelsel voldoet op een aantal punten niet. Veel inburgeraars doen er te lang over om in te burgeren. Daarnaast worden ze niet gestimuleerd om het hoogst mogelijke taalniveau te behalen. In het nieuwe inburgeringsstelsel geldt een hogere norm voor het taalniveau, ook krijgen gemeenten een grotere rol bij het inburgeringstraject.
Het nieuwe inburgeringsstelsel heeft als maatschappelijk doel dat alle inburgeringsplichtigen snel en volwaardig meedoen aan de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Om dat te bereiken is het beleidsdoel dat inburgeringsplichtigen het voor hen hoogst haalbare taalniveau (het liefst B1) bereiken. Daarnaast dienen ze vanaf de start van het inburgeringstraject kennis op te doen over de Nederlandse maatschappij en de arbeidsmarkt, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen. Vijf kernpunten dragen bij aan het behalen van dit beleidsdoel.
De regie op de uitvoering van het nieuwe inburgeringsstelsel ligt bij gemeenten zodat inburgering onderdeel wordt van het brede sociaal domein. Dit betekent dat gemeenten verantwoordelijk worden voor het afnemen van de brede intake, de begeleiding van inburgeringsplichtigen en de inkoop van het cursusaanbod. De inburgeringsplichtige blijft zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid draagt zorg voor de vormgeving van de regelgeving en is verantwoordelijk voor de inrichting en de werking van het stelsel als geheel.
TIP
De ZEMBLA uitzending: ‘Fatale overtocht- het vervolg’ stond stil bij de falende inburgering. https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/fatale-overtocht-het-vervolg
1. Met de inwerkingtreding van de NWI worden gemeenten verantwoordelijk voor het regelen van de inburgering. Nu zijn nieuwkomers zelf nog verantwoordelijk. Dat lukt vaak niet omdat ze de taal nog niet spreken, daarom gaat deze taak naar gemeenten.
2. Op dit moment is het doel dat vluchtelingen de taal op een zo hoog mogelijk, maar haalbaar niveau leren. Nu leren veel vluchtelingen de Nederlandse taal op een te laag of juist te hoog niveau. Met de NWI krijgt elke vluchteling een eigen inburgeringsplan waarin het juiste niveau wordt vastgelegd.
3. Inburgering vindt straks meer plaats in de praktijk. Grammatica leer je in de klas, maar je leert Nederland pas echt kennen door ontmoetingen met Nederlanders en het opdoen van werkervaring. Hier komt meer ruimte voor.
Deze vijf kernpunten zijn:
Er komen 3 nieuwe leerroutes voor nieuwkomers om in te burgeren:
Het wordt de taak van de gemeente om een brede intake af te nemen bij elke inburgeringsplichtige nieuwkomer. De gemeenten moeten de brede intake zelf inrichten. Het heeft de voorkeur dat de intake al start in het AZC. Via deze intake wordt er een compleet beeld van de vluchteling gevormd wat zorgt voor een snellere integratie.
Nadat de brede intake is afgenomen, dient de vluchteling een leerbaarheidstoets te maken. Daarna stelt de gemeente een Plan Inburgering en Participatie (PIP) op met de vluchteling. Hierin worden verschillende zaken afgesproken zoals de te volgen leerroute, de lesdagen en prestatieafspraken. In dit laatste wordt afgesproken hoeveel uur de vluchteling aan (vrijwilligers)werk dient te besteden.
Gemeenten zijn verantwoordelijk om een sluitend inburgeringsaanbod te doen. Dit aanbod omvat, naast een van de drie leerroutes, in ieder geval kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM), Module Arbeidsmarkt & Participatie (voorheen Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt) en het participatieverklaringstraject (PVT).
Om te voorkomen dat de statushouders in financiële problemen raken, dienen de gemeenten hen enige tijd financieel te ontzorgen. Gemeenten betalen vanuit een uitkering de eerste zes maanden de huur, premie voor de zorgverzekering en de energielasten voor de vluchteling. In sommige gevallen kan de gemeente ervoor kiezen deze periode te verlengen.
Gemeenten moeten zorgen voor een aantal voortgangsgesprekken met vluchtelingen, het monitoren van hun aanwezigheid en het bewaken van hun voortgang bij inburgering.
Gemeenten worden verantwoordelijk voor de begeleiding van de vluchteling. Zij voeren voortgangsgesprekken met de vluchteling maar monitoren ook hun aanwezigheid. Tevens zijn zij verantwoordelijk voor het bewaken van de voortgang van hun inburgering en voor een aanbod voor de Module Arbeidsparticipatie (MAP). Voorheen was dit de ONA: Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt.
In onderstaand filmpje hoor je wat er verandert met de invoering van de NWI.