Middelen zijn alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover een persoon of gezin kan beschikken. Deze worden getoetst door de gemeente om te bekijken of een persoon in aanmerking komt voor Algemene bijstand. Er wordt gekeken naar alle vermogens- en inkomensbestanddelen van alle gezinsleden, dus ook van niet-rechthebbende partners, inwonende volwassen kinderen, etc.
Voor de Algemene bijstand worden de volgende zaken niet tot middelen gerekend:
- Kinderbijslag
- Jonggehandicaptenkorting wanneer 27 jaar of ouder is
- Tegemoetkomingen in de zin van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- Eigenwoningbijdrage
- Tegemoetkomingen vanuit de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
- Inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen
- Een- of tweemalige premie voor bijdrage aan arbeidsinschakeling
- Kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk tot een maximum van € 170,00 per maand en € 1.700,00
- Uitkering of vergoeding voor materiële en immateriële schade (= schadevergoedingen)
- Tegemoetkoming of inkomensondersteuning op grond van artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet (Anw)
- Uitkering op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw)
- Uitkering op basis van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
- Mantelzorgcompliment vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Wel zicht op middelen, maar geen beschikking
Is er wel zicht op bepaalde middelen, maar kan iemand er nog niet over beschikken? Dan kan bijstand worden verleend in de vorm van een lening en zo nodig in de vorm van een krediethypotheek.
Voorbeelden hiervan zijn:
- Erfenis die nog uitgekeerd gaat worden
- Woning die nog niet is verkocht
- Schadevergoeding wegens gederfde inkomsten of een rechtszaak