De hoogte van een (algemene) bijstandsuitkering is afhankelijk van iemands leeftijd en leefsituatie. Zo maakt het bijvoorbeeld uit of iemand de AOW-gerechtigde leeftijd heeft en of je samen- of alleen woont. Als iemand samenwoont of een gezamenlijk huishouden vormt met een ander (anders dan een bloedverwant in de 1e graad, of een bloedverwant in de 2e graad, wanneer er sprake is van een aantoonbare zorgrelatie) dan telt het inkomen en eigen vermogen van deze persoon ook mee bij de aanvraag voor de algemene bijstand.
Het inkomen van iemand wordt altijd aangevuld tot een sociaal minimum. Het sociaal minimum is het minimale bedrag dat nodig is om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. De overheid heeft hiervoor een normbedrag opgesteld. Dit normbedrag wordt ieder halfjaar aangepast per 1 januari en per 1 juli. Er is geen aparte norm levensonderhoud voor mensen met ten laste komende kinderen. Dat zijn kinderen jonger dan 18 jaar, waarvoor de persoon die bijstand ontvangt ook aanspraak kan maken op Kinderbijslag en een Kindgebonden budget. Voor alleenstaande ouders is het vrij te laten vermogen, dat is het vermogen waarmee geen rekening wordt bij de beoordeling van het recht op bijstand, even hoog als voor een echtpaar of samenwonenden. Al het extra geld dat je krijgt als je kinderen hebt zit tegenwoordig verwerkt in de toeslagen van de Belastingdienst (kinderopvangtoeslag, kinderbijslag, kindgebonden budget etc.).

In de Participatiewet kennen we een verschil in hoogte van de uitkering voor diverse groepen inwoners. Dit heeft veel te maken met de kosten van levensonderhoud die voor hun rekening blijven. Zo onderscheiden we de volgende categorieën voor de bijstandsverlening:
1. Jongeren tussen de 18 en 21 jaar.
2. Volwassenen vanaf 21 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd
3. Pensioengerechtigden (AIO)
4. Personen in een inrichting.
Personen van 18, 19 of 20 jaar hebben een lage bijstandsnorm. Dit komt omdat ouders nog financieel verantwoordelijk en onderhoudsplichtig voor hen zijn tot het 21e levensjaar. Daarnaast zijn jongeren tot 27 jaar verplicht om eerst te kijken of zij een opleiding kunnen volgen of werk kunnen vinden. Zij krijgen een zoektermijn van 4 weken voordat zij een aanvraag voor een bijstandsaanvraag kunnen doen. Een uitzondering op de zoektermijn wordt gemaakt voor kwetsbare jongeren en jongeren met een indicatie banenafspraak (daar komen we in een volgende module op terug). Hun aanvraag wordt meteen in behandeling genomen.
Bij personen van 18, 19 of 20 jaar zijn ouders dus nog onderhoudsplichtig. Wel kan de gemeente de uitkering aanvullen van uitwonende jongeren vanuit de bijzondere bijstand als:
– Ouders onvoldoende middelen hebben om in het levensonderhoud van de jongeren te voorzien;
– Ouders zijn overleden;
– De relatie met ouders verstoord is.
De gemeente doet onderzoek en beoordeelt of de bijzondere bijstand wel/niet op ouders verhaald kan worden.
Er zijn meerdere samengestelde normen voor jongeren die samenwonen, afhankelijk van de leeftijd en de situatie van beide partners. Het is immers mogelijk dat er sprake is van samenwoning, waarbij de een wel en de ander niet ouder is dan 21 jaar. Maar ook kan het zijn dat de een studeert en studiefinanciering ontvangt en de ander op bijstand is aangewezen. In die gevallen bedraagt de norm voor beiden samen nooit meer dan de optelsom van de norm die voor hen beiden apart zou gelden. Dus: een combinatie van een lage bijstandsnorm voor de persoon jonger dan 21 en een hogere norm voor de persoon die ouder is dan 21 jaar.
Daar waar sprake is van een studerende partner bedraagt de norm bijvoorbeeld ten hoogste de helft van de norm voor een samenwonend stel in de bijstand. Wanneer de studerende partner naast de studie een bijbaantje heeft waardoor zijn/haar inkomen meer bedraagt dan de helft van de norm voor samenwonenden, wordt het meerdere boven de helft in mindering gebracht op de norm voor de partner die aangewezen is op een bijstandsuitkering. Bijstand vormt een vangnet, voor diegenen die niet zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het zou niet redelijk zijn wanneer door het inkomen van de niet-rechthebbende partner het gezamenlijke inkomen hoger is dan de bijstandsnorm.
Bij de uitkering van volwassenen vanaf 21 jaar tot aan de pensioengerechtigde leeftijd wordt gekeken of iemand alleenstaand of gehuwd.
a. De norm voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder zonder kostendelende medebewoners bedraagt per 1 juli 2021 € 1.078,70 netto per maand (inclusief 5% vakantiegeld).
b. De norm voor gehuwden of samenwonenden waarvan beide echtgenoten jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd, zonder kostendelende medebewoners bedraagt per 1 juli 2021 € 1.541,00 per maand inclusief 5% vakantiegeld).
Ook hier geldt dat de norm kan afwijken. Dat heeft te maken met het aantal personen (ouder dan 21 jaar) waarmee je de vaste lasten kunt delen. Hoe meer kostendelers, hoe lager het normbedrag per persoon binnen de bijstand.
Mensen die geen volledige uitkering ontvangen vanuit de Algemene Ouderdoms Wet (AOW) ontvangen per maand een Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO). De AIO-aanvulling vult het inkomen aan tot het sociaal minimum, bijvoorbeeld bij personen die lang in het buitenland hebben gewoond en geen volledige opbouw AOW hebben. Voor AOW-gerechtigden geldt dat de bijstandsaanvraag beoordeeld wordt door de SVB en niet door de gemeente. Dit heeft ermee te maken dat de SVB de AIO uitvoert. AOW-gerechtigden mogen (anders dan andere doelgroepen) 13 weken per kalenderjaar in het buitenland verblijven. In deze training gaan wij niet verder in op deze aanvullende bijstand voor ouderen.
Voor personen die in een inrichting verblijven is de bijstandsnorm lager dan de norm voor zelfstandig wonenden omdat de woonlasten en maaltijden behoren tot het verstrekkingenpakket van de zorginstelling. Wanneer één van de personen die een gezamenlijke huishouding vormen, in een inrichting verblijft, is de norm de optelsom van de norm die voor ieder van hen als alleenstaande zou gelden. Dus 50% van de norm voor samenwonenden en de inrichtingsnorm voor de persoon die in een instelling verblijft.